Opvoedingsproject

Ons Opvoedingsproject: vijf basisdoelen.

De vorming die we in onze school willen aanbieden, is gericht op de totale mens, of anders uitgedrukt op de ontwikkeling van zijn hoofd, hart en handen. Deze totale persoonlijkheidsontwikkeling zal uiteraard verder gezet moeten worden in het secundair en eventueel in het hoger onderwijs.

 

Als school streven we ernaar om de kwaliteit van ons onderwijs, hoog te houden én nog te verbeteren.

Kwalitatief hoogstaand onderwijs geven en dit zowel op het vlak van:

- het lichaam,

- het verstand en het gevoel,

- de waardebeleving en religie.

Dit houdt ook in dat we de kinderen op al deze vlakken tot fundamenteel leren trachten te brengen. Met fundamenteel leren bedoelen we: nieuwe inzichten, vaardigheden en houdingen ontwikkelen waardoor kinderen op een meer efficiënte manier kunnen omgaan met zichzelf, de wereld met zijn mensen en de Schepper.

Dit fundamenteel leren zal des te meer bevorderd worden naarmate de kinderen zich met echte belangstelling intens op de (les)activiteiten concentreren.

De kinderen vanuit een grote betrokkenheid tot fundamenteel leren brengen is een opdracht zowel voor de kleuterschool als voor de lagere school.

Welke principes en welke methoden hanteren wij hierbij?

De leerstof, hoe belangrijk ook, is voor ons geen doel op zich maar een middel. Immers: rekenen, lezen en schrijven zijn "instrumentele" vaardigheden.

Het is belangrijk dat kinderen met het oog op verdere studies en werkzaamheden leren leren.

Dit kan alleen als we ze kansen geven om zo ruim mogelijk ervaringen op te doen en ze te stimuleren om zelf op ontdekking te gaan.

Het betekent dat ons onderwijs zoveel mogelijk werkelijkheidsnabij is.

We trachten te vertrekken vanuit de beleving en leefwereld van de kinderen, die als een totaliteit, een geheel ervaren wordt. Dit heeft consequenties zowel voor de keuze van de leerstof als voor de manier waarop we de leerstof aanbrengen.

Exemplarisch werken bijvoorbeeld in de vorm van thema's en projecten, lijkt ons aangewezen.

Zo krijgen kinderen de mogelijkheid om zelfontdekkend te leren. Op deze manier zijn zij enorm actief bezig, wat het leerresultaat zeker ten goede komt.

Kinderen zijn psychomotorisch gezien nog volop in ontwikkeling en hebben nood aan beweging. Van negen tot vier uur op de schoolbanken zitten beknot de psychomotorische ontwikkeling van elk kind. Speeltijden en middagpauze verhelpen hier nauwelijks aan. Het is dus belangrijk dat er naast de wekelijkse lessen bewegingsopvoeding voldoende ruimte is voor spel, dans en beweging.

Daarom trachten we het aspect beweging ook te integreren in de andere lessen, het zij als afwisseling, hetzij als ondersteuning van het cognitieve.

Een frisse geest in een gezond en ontspannen lichaam!

Ervaringen opdoen, zelf ontdekken geeft kinderen de kans om even stil te staan bij de dingen. Het plaatst kinderen voor verrassingen en brengt hen tot verwondering en bewondering.

Ethische, esthetische en religieuze ervaringen kunnen dan ter sprake komen.

Zoals het leerplan beeldopvoeding oplegt: kinderen naast leren beelden beschouwen ook beelden leren creëren. Het veronderstelt dat we kinderen opvoeden tot zelfstandigheid, gaande van het zelfstandig uitvoeren van opdrachten, zelf initiatieven nemen tot verantwoordelijkheid voor zichzelf en anderen. Een gevoel van verantwoordelijkheid kan zich ontwikkelen tot christelijke solidariteit met een engagement voor anderen, vooral voor degenen die op één of andere manier minder kansen of mogelijkheden hebben.

(zie in dit verband par. 1.2)

Aan dit alles trachten we in onze school te werken door kinderen reeds in de klas ruimte te geven om zelf initiatief te nemen en verantwoordelijkheid te dragen.

Uitstekende organisatievormen hiervoor zijn het contractwerk, hoekenwerk, de blok- of vrije werkuren, de keuzenamiddagen en de projectwerking.

In de kleuterschool kiezen we voor het vrij kleuterinitiatief.

Ook leren we ze samenwerken. Dit doen we door het organiseren van groepswerk. Groepswerk is een middel om de kinderen inzicht te laten verwerven in het functioneren van een groep en er de positieve mogelijkheden van te leren ontdekken en waarderen.

 

Ieder kind is uniek. De school respecteert en aanvaardt dit.

We willen rekening houden met de belevingswereld, de gevoelens, de mogelijkheden en het tempo van elk kind. We wensen aan elk kind een vorming te geven aangepast aan zijn mogelijkheden.

Differentiatie is noodzakelijk.

Dit veronderstelt een zorgvuldige observatie van het klasgebeuren door de leerkracht. Door grondige observatie tracht de leerkracht te achterhalen welk niveau en welke behoeften ieder kind heeft.

Daarbij aansluitend biedt zij taken en activiteiten aan opdat elk kind op eigen niveau kan werken. Ook is het de bedoeling dat we elk kind met de eigen gevoelens leren omgaan, de eigen grenzen leren kennen en aanvaarden.

We vinden het persoonlijk contact tussen de leerkracht en de kinderen erg belangrijk De basishouding die tot een groeibevorderende relatie bijdraagt, is er een van aanvaarding, echtheid en inleving.

In onze poging om de kinderen op te voeden, proberen we zo weinig mogelijk sancties te nemen. Belonen en waarderen van het positieve vinden we het belangrijkste. Fouten proberen we recht te zetten in een waarderend gesprek. Sancties worden pas opgelegd wanneer de fout vrij zwaar is of wanneer herhaalde aanmoedigingen tot een positief gedrag zonder gevolg blijven.

We wensen hier onze aandacht voor kansarmen te beklemtonen. Kansarm zijn die kinderen die op een of ander vlak kansen missen om volwaardige mensen te worden, te zijn en te blijven.

We denken hier bijvoorbeeld aan de materieel en/of spiritueel armen, aan de kinderen die niet attractief, niet verbaal vaardig, niet intelligent of niet sociaal zijn; aan de kinderen met een moeilijk karakter of met emotionele problemen, aan de migranten,... Ze hebben recht op onze uitdrukkelijke solidariteit.

Dit betekent, dat ieder van ons een zorgzame aandacht heeft voor deze kinderen.

We beschouwen hen niet als "rustverstoorders". We willen tijd vrij maken om hen te begeleiden en bij te werken.

We opteren voor een nauwe samenwerking tussen de school en externe begeleidende instanties: CLB, kine, logopedie, ...

Aanvullende uren zorg worden effectief gebruikt ter preventie van leermoeilijkheden. Differentiatie gebeurt binnen de klas door de klasleerkracht met ondersteuning van de GOK-leerkracht en zorgbegeleider en dit doorheen de volledige basisschool.

Individuele begeleiding van kinderen is nog steeds mogelijk, zij het nog uitsluitend in hoogdringende gevallen en in samenspraak met het CLB.

Het is ook de bedoeling dat de wereld van de kinderen geleidelijk open getrokken wordt om hen gevoelig te maken voor de noden van de kansarmen en om met hen solidair te zijn.

Op de eerste plaats willen we de leerlingen leren open staan en respect opbrengen voor het anders-zijn van andere mensen (migranten, gehandicapten, personen van het andere geslacht, mensen die op het eerste gezicht vreemd overkomen, ...)

We beogen dat kinderen in de eigen klas leren luisteren naar klasgenootjes, samenwerken met degenenen die het wat moeilijker hebben. Onbaatzuchtigheid en gratuite inzet zijn hierbij belangrijk. Wat ruimer bekeken worden ze geïnformeerd over de situatie in de derde en vierde wereld, over bepaalde wereldproblemen en worden ze opgeroepen om op selectieve wijze deel te nemen aan acties rond Welzijnszorg en Broederlijk Delen, milieuacties, ... Hierbij letten we er wel steeds op dat deze meer mondiale vorming kan aansluiten bij de leef-en ervaringswereld van de kinderen.

 

De persoon en de boodschap van Jezus Christus zijn en blijven de fundamentele inspiratiebron van ons opvoedingsproject en de toetssteen om ons denken, ons doen en ons laten te evalueren.

We menen dat onze school een milieu kan zijn waar het geloof in de aanwezigheid van Christus op onze school, anders doet leven.

We willen de kinderen dan ook laten kennismaken met de persoon, het leven en de leer van Jezus Christus en hen laten ervaren dat dit de inspiratie en voedingsbron is van een christelijk leven.

De godsdienstmomenten zijn gelegenheden bij uitstek om te vertellen over Jezus Christus. Belangrijk is dat de kinderen hierbij kunnen aanvoelen hoe dit door de leerkracht wordt beleefd.

Enerzijds kan de leerkracht waarden aanbrengen die aansluiten bij de ervaringen van de kinderen. Anderzijds kan ze ook vertrekken van een bijbelverhaal en dat verder uitwerken naar de kinderen toe. Afhankelijk van de leeftijd van de kinderen, de situatie en de waarden zoekt elke leerkracht naar een aangepast gebruik van de godsdienstmethode.

Tijdens deze momenten kan er een sfeer van beschouwing gecreëerd worden die kan uitgroeien tot gebed en bezinning. Geloofsopvoeding veronderstelt steeds een vertrouwensrelatie tussen leerkracht en kind. Deze functioneert best wanneer zij aansluit bij het dagelijks leven van de kinderen en bij de andere klasactiviteiten.

Daarom geeft de klastitularis ook zelf godsdienst, eventueel samen met een toegevoegde catecheet.

De leerkracht tracht de christelijke geloofsvisie vakoverschrijdend over te brengen. Dat betekent dat in andere (les)activiteiten dan godsdienst de gelegenheid wordt benut aan gelovige duiding te doen.

Zij tracht de kinderen waarden zoals liefde, eerlijkheid, trouw, rechtvaardigheid, vrijheid, vergevingsgezindheid, ... bij te brengen. Zo worden toevallige gebeurtenissen op de speelplaats, in de klas, mediaberichten, conflicten, ... benut om een gesprek over christelijk geïnspireerde waarden op gang te brengen.

Verder menen we dat er midden in de drukke activiteiten nood is aan momenten van rust. Het is belangrijk dat kinderen hiervoor tijd en ruimte krijgen, eventueel in een sfeervol hoekje in de klas.

Tijdens dergelijke momenten kan het kind even terugvallen op zichzelf, kan het even stilstaan bij eigen gedachten en gevoelens: een moment van persoonlijke bezinning. Zo kan het geleidelijk de waarde van de innerlijkheid ontdekken. Dit is een wezenlijk aspect van de christelijke opvoeding.

 

We opteren voor een dynamische school. Dit betekent dat we permanent streven naar de verdere uitbouw en de verbetering van onze school.

Onze school uitbouwen en verbeteren vereist van ieder van ons een persoonlijke betrokkenheid en een loyale inzet. We staan open voor vernieuwingen op pedagogisch-didactisch vlak en zijn bereid deze vernieuwingen door te voeren op voorwaarde dat ze verantwoord zijn en in overeenstemming met ons opvoedingsproject.

We wensen meer deskundigheid te verwerven o.a. via uitwisseling van leerervaringen, begeleiding door interne en externe deskundigen (diocesane begeleiders, navormers,...) het doornemen van vakliteratuur en het volgen van bijscholingen en navorming volgens de vigerende reglementering. De directie zorgt hierbij voor een vlotte doorstroming van de nodige informatie.

Hiermee samenhangend vinden we het essentieel om de inhoud van de diverse vakken en activiteiten voortdurend af te stemmen op de actualiteit. In dit alles willen we, zowel als individuele leerkracht als met het leerkrachtenteam onze verantwoordelijkheid opnemen.

In onze school zijn verschillende structuren aanwezig. Om een goede samenwerking te verkrijgen is het noodzakelijk dat deze structuren degelijk uitgebouwd zijn en efficiënt werken.

Er wordt gestreefd naar een participatief schoolbeheer met een doordacht personeelsbeleid, een goede administratie, de opbouw van professionele relaties tussen leerkrachten (o.a. tijdens personeelsvergaderingen, overlegmomenten tussen leerkrachten van parallelklassen en per graad, tussen leerkrachten van de vestigingsplaatsen, gelegenheidswerkgroepen). Participatief beheer veronderstelt democratische inspraakorganen en een open informatiebeleid via participatieraad en LOC.

De schoolinfrastructuur, in functie van een zo aangenaam en efficiënt mogelijk leef- en leerklimaat, is een permanente zorg.

De stimulerende rol van de directie is op elk gebied van groot belang. Zij zorgt ervoor dat het beleid in de school in overeenstemming met het opvoedingsproject wordt gevoerd.

 

Met dit basisdoel willen we vooral de waarde van verbondenheid beklemtonen. We kiezen voor een collegiale school waarin alle kinderen, ouders, leerkrachten, administratief en onderhoudspersoneel, directie en schoolbestuur één grote levende gemeenschap vormen waarin iedereen zich geborgen weet, zich voelt en waar iedereen gehoord wordt.

In de eerste plaats moet ieder kind in de klas een sfeer van geborgenheid, vertrouwen en aanmoediging kunnen ervaren. Dit veronderstelt een positieve relatie tussen leerkracht en het kind en tussen de kinderen onderling. Elk kind moet zich aanvaard weten, ondanks fouten en moeilijkheden.

We trachten zo te werken dat ieder kind kansen krijgt tot positieve ervaringen. Slechts dan kan het een positief zelfbeeld ontwikkelen.

In dit verband is bijvoorbeeld het kringgesprek een geschikte didactische werkvorm. Als contact- of ontmoetingsplaats kunnen de kinderen er hun gedachten en ervaringen uitwisselen, kunnen ze elkaar leren kennen en aanvaarden.

Ook vinden we het belangrijk dat zowel de directie als de leerkrachten zich verantwoordelijk voelen voor het welzijn van alle collega's. Daarom wordt er een welzijnsbeleid voor de leerkrachten uitgewerkt.

Zo wordt onder meer gedacht aan een begeleiding van beginnende leerkrachten, aan bijscholing en begeleiding, aan de geloofsvorming van leerkrachten, aan het gezamenlijk dragen van de vele extralasten, ...

Op die manier kan van de school een stimulerend werkmilieu gemaakt worden.

Om de continuïteit in de vorming van onze kinderen te verzekeren, wensen we samenwerkingsverbanden uit te bouwen tussen kinderdagverblijven en onthaalmoeders enerzijds en kleuterschool anderzijds, tussen kleuterschool en lagere school en tussen lagere en secundaire school. Op die manier trachten we de integratie tussen de verschillende afdelingen te bevorderen.

We schenken ook aandacht aan de overgang van de ene klas naar de andere.

We wensen dat het contact tussen ouders en de school systematisch wordt uitgebouwd. Op het niveau van de individuele leerling zijn er de oudercontacten en de persoonlijke contacten tussen ouders en leerkrachten naar aanleiding van concrete situaties. Onthaalavonden en informatiebijeenkomsten worden georganiseerd voor alle ouders.

Het schoolbeleid zorgt voor overleg via het oudercomité en de participatieraad.

Tenslotte vinden we de band tussen school en de parochie erg belangrijk. De school tracht een goed contact met de parochie te onderhouden. Ze is op de hoogte van de initiatieven die in de parochie worden opgezet en neemt in de mate van het mogelijke hieraan deel. De school en de parochie houden wederzijds nauw contact met elkaar.

De Heilige Benedictus, patroon van onze parochie, werd door de Kerk uitgeroepen tot patroon van Europa, omdat het de benedictijnenmonniken waren die de jonge volkeren van Europa ook in onze streken, gekerstend hebben en in belangrijke mate hebben bijgedragen tot de opbouw van de nieuwe Europese beschaving. Onze school wil dit rijke erfgoed doorgeven door onze kinderen aan de Vlaamse cultuur te laten deelnemen.

Met respect voor het waardevolle dat ook in andere culturen aanwezig is, is het onze overtuiging dat het christelijk geloof aan ieder daarvan een verrijking bijbrengt.

Daarom trachten wij, dankbaar omdat het Evangelie ons geschonken werd, onze kinderen in een missionaire geest op te voeden.

 

Besluit.

Het opvoedingsproject is een fundament waarop ons schoolleven zich oriënteert. Het is een uitnodigend woord dat rijke beloften in zich draagt. Dag na dag, in de diverse activiteiten van het schoolleven aan dit opvoedingsproject werken, biedt ons de mogelijkheid te groeien als leerkracht, als mens en als christen. Zo bouwen we onze school verder uit.