Schoolreglement

Beste ouders,

Voor uzelf zowel als voor de directie en de leerkrachten van onze school is het een blijvende bekommernis dat de opvoeding en het onderricht van de kinderen op de best mogelijke wijze kunnen gebeuren. Om dit doel te helpen bereiken is het schoolreglement een nuttig instrument.
Het schoolbestuur heeft daarom een aantal regels vastgelegd, die voor het ordelijke verloop van het schoolleven hun nut kunnen bewijzen. Wij hopen bij de toepassing ervan op uw welwillende medewerking te mogen rekenen.

 

Schoolreglement

In uitvoering van artikel 37 van het Decreet Basisonderwijs van de Vlaamse Gemeenschap van 25 februari 1997 wordt door het Schoolbestuur

VZW Ankerwijs
Dianalaan 151
2600 Berchem

na overleg in de schoolraad van de respectievelijke scholen het hiernavolgende schoolreglement aangepast en ingevoerd op 1 september 2015. Tevens kunnen na overleg in de Participatieraad en met de andere actoren aanvullingen gebeuren.

Ga snel naar:

Art. 1. Inschrijving
Artikel 2. Aanwezigheid op school
Artikel 3. Afwezigheden
Artikel 4. Studiebegeleiding
Artikel 5. Bewegingsopvoeding en sport
Artikel 6. Kledij en omgangsvormen
Artikel 7. Verzekering tegen ongevallen
Artikel 8. Onderwijs aan huis
Artikel 9. Getuigschriften basisonderwijs
Artikel 10. orde- en tuchtmaatregelen
Artikel 11. Bijdrageregeling
Artikel 12. Reclame- en sponsorbeleid

 

Art. 1 Inschrijving

§1. Bij de inschrijving van een leerling wordt aan de ouders het schoolreglement  ter hand gesteld.
Met ouders worden in dit reglement bedoeld, de persoon of personen die het ouderlijk gezag uitoefenen, of in rechte of in feite de minderjarige onder hun bewaring hebben.

Indien de ouders niet akkoord gaan met de inhoud van dit reglement zullen zij de directie hiervan schriftelijk - binnen zeven dagen - op de hoogte brengen waardoor de inschrijving als nietig verklaard wordt.

Bij wijziging van het schoolreglement worden dezelfde regels gevolgd.

§2. Samen met de documenten vermeld in §1 ontvangen de ouders de infobrochure van de school. Ze bevat praktische schikkingen van de in het schoolreglement gemaakte afspraken; deze zijn derhalve ook bindend.

§3. In de infobrochure worden ook de voorschriften opgenomen die door het Departement Onderwijs en de Inspectie aan de school opgelegd zijn.

 

Art. 2 Aanwezigheid op school

§1. De leerlingen moeten tijdens al de schooluren in de school aanwezig zijn. Zij zijn verplicht om alle lessen en activiteiten van hun leerlingengroep te volgen, hierbij begrepen de lessen godsdienst.

Ook zijn zij aanwezig bij alle gebeds- en sacramentele vieringen die binnen klas- of schoolverband gehouden worden; de actieve deelname aan deze vieringen (bv. gebeden zeggen; te communie gaan) geldt enkel voor de kinderen die in de katholieke kerk gedoopt zijn.

§2. Ieder kind, ook een kleuter, moet tijdig aanwezig zijn op school opdat het klasgebeuren niet zou gestoord worden en de activiteiten op het gebruikelijke tijdstip kunnen starten.

§3. Het ophalen van kinderen tijdens de schooluren kan enkel met een gewettigde reden en na toestemming door de directeur.

In geen geval mogen kinderen alleen naar huis gaan of de school verlaten.

 

Art. 3 Afwezigheden

§1. Regelgeving

Leerlingen die ingeschreven zijn in de school en leerplichtig zijn, moeten regelmatig aanwezig zijn in de school. Leerlingen die onwettig afwezig zijn, verliezen het statuut van regelmatige leerling.
De regelgeving bepaalt in welke situaties leerplichtige kinderen gewettigd afwezig kunnen zijn en welke de verplichtingen van de ouders en de school zijn.

§2. Kleuteronderwijs

Het is belangrijk dat kleuters regelmatig naar school komen.
Afwezigheden van niet-leerplichtige kinderen moeten niet gewettigd worden door medische attesten. Onder andere uit veiligheidsoverwegingen is het aan te bevelen dat de ouders de kleuteronderwijzer en/of de directeur informeren over de afwezigheid van hun kind.
Voor een leerplichtig kind in het kleuteronderwijs (d.i. vanaf 1 september van het jaar waarin het kind 6 jaar wordt) gelden de richtlijnen zoals voor de leerlingen van het lager onderwijs. Dit is eveneens van toepassing voor kleuters die vroeger in het lager onderwijs instappen (5-jarigen).

§3. Lager onderwijs

Bij elke afwezigheid, ook al is ze telefonisch gemeld, bezorgen de ouders aan de directeur en/of de klastitularis een ondertekende verklaring of een medisch attest.

Welke afwezigheden zijn gewettigd?

Ziekte

Afwezigheden van meer dan drie opeenvolgende schooldagen moeten door middel van een medisch attest gewettigd worden.
Dit attest kan afkomstig zijn van een geneesheer, een geneesheer-specialist, een orthodontist, een tandarts, een psychiater en de administratieve diensten van een ziekenhuis of een erkend labo.
Consultaties, moeten zoveel mogelijk buiten de schooluren plaatsvinden.
Bij een chronische aandoening (bv. astma, migraine …) is het goed contact op te nemen met de school en het CLB. Het CLB kan dan een attest opmaken dat de ziekte bevestigt. Wanneer het kind afwezig is voor die aandoening volstaat een attest van de ouders.

Voor een ziekte tot en met drie opeenvolgende dagen volstaat een briefje van de ouders.
Dergelijk briefje kan slechts vier keer per schooljaar door de ouders zelf geschreven worden.
Vanaf de vijfde keer is een medisch attest vereist, zelfs voor een afwezigheid van één dag.
De ouders verwittigen de school zo snel mogelijk en bezorgen het attest zo vlug mogelijk.

Van rechtswege gewettigde afwezigheden.

In de volgende situaties kan een kind gewettigd afwezig zijn. De ouders moeten een document met officieel karakter (zie punt 1 tot 5 hieronder) of een geschreven verklaring (zie punt 6 ) kunnen voorleggen ter staving van de afwezigheid. Voor deze afwezigheid is geen voorafgaand akkoord van de directeur nodig. De ouders verwittigen wel de school vooraf

1. Het bijwonen van een begrafenis- of huwelijksplechtigheid van iemand die onder hetzelfde dak woont als het kind, of een bloed- of aanverwant van het kind.
2. Het bijwonen van een familieraad.
3. Oproeping of dagvaarding voor de rechtbank (bv. bij echtscheiding)
4. Het onderworpen worden aan maatregelen in het kader van de bijzondere jeugdzorg.
5. De onbereikbaarheid of ontoegankelijkheid van de school door overmacht (bijvoorbeeld door brand, overstroming of staking openbaar vervoer).
6. Het beleven van feestdagen die inherent zijn aan de door de grondwet erkende levensbeschouwelijke overtuiging van een leerling (anglicaanse, islamitische, joodse, katholieke, orthodoxe en protestantse godsdienst).

Concreet gaat het over:
- Joodse feesten: nieuwjaar (2d.), Grote Verzoendag (1d.), het Loofhuttenfeest (4d.), het Slotfeest (2d.), Kleine Verzoendag (1d.), Estherfeest (1d.), het Paasfeest (4d.), het Wekenfeest (2d.).
- Islamitische feesten: het Suikerfeest en het Offerfeest (telkens 1 dag).
- Orthodoxe feesten: paasmaandag, Hemelvaart en Pinksteren voor de jaren waarin het orthodoxe Paasfeest niet samenvalt met het katholieke Paasfeest.
- Katholieke feestdagen zijn steeds vervat in de wettelijke feestdagen. De protestantse en de anglicaanse godsdienst hebben geen feestdagen die hiervan afwijken.

Afwezigheden waarvoor de toestemming van de directeur nodig is.

Indien de directeur akkoord gaat en mits voorlegging van, naargelang het geval, een officieel document of een verklaring van de ouders, kan de leerling gewettigd afwezig zijn om één van onderstaande redenen:
1. Het overlijden van een persoon die onder hetzelfde dak woont als het kind of van een bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad. Voor de dag van de begrafenis is geen toestemming nodig. Het gaat hier om een periode van rouw. Mits toestemming kan zo ook een begrafenis in het buitenland bijgewoond worden.
2. Het deelnemen aan een sportmanifestatie, indien een kind hiervoor als individu of als lid van een club geselecteerd is. Dit is niet van toepassing op het bijwonen van trainingen. Het kind kan maximaal 10 halve dagen per schooljaar hiervoor afwezig zijn ! (Hetzij achtereenvolgend, hetzij gespreid over het schooljaar)
3. In echt uitzonderlijke omstandigheden voor persoonlijke redenen. Voor deze afwezigheden moet de directeur op voorhand zijn akkoord verleend hebben. Het gaat om maximaal 4 halve schooldagen per jaar (Hetzij achtereenvolgend, hetzij gespreid over het schooljaar.)

Deze drie categorieën van afwezigheden zijn geen automatisme, geen recht dat de ouders kunnen opeisen. Enkel de directeur kan autonoom beslissen om deze afwezigheden toe te staan.
Onder geen beding kan de directeur toestemming geven om vroeger op vakantie te gaan of later terug te keren. De leerplicht veronderstelt dat een kind op school is van 1 september tot 30 juni.

Afwezigheden van kinderen van trekkende bevolking, in uitzonderlijke omstandigheden.
Ouders die behoren tot de trekkende bevolking (binnenschippers, kermis- en circusexploitanten en woonwagenbewoners) moeten de volgende regels in acht nemen.
Ze moeten er - net zoals andere ouders - op toezien dat hun kind elke dag op school aanwezig is.
Alle uitzonderlijke situaties (meereizen, etc.) moeten goed op voorhand met de school besproken worden. De ouders maken samen met de school duidelijke afspraken over hoe het kind in die periode met behulp van de school verder de leertaken zal vervullen en hoe de ouders met de school in contact zullen blijven. Deze afspraken moeten in een overeenkomst tussen de ouders en de school neergeschreven worden. Enkel als de ouders hun engagementen naleven is het kind gewettigd afwezig.
Deze regelgeving is niet van toepassing voor gezinnen die vast in een woonwagenpark verblijven.
Voor hen gelden de regels zoals hoger beschreven.

Problematische afwezigheden.
Alle afwezigheden die niet opgesomd worden en gewettigd kunnen worden zoals hierboven beschreven zijn te beschouwen als problematische afwezigheden.
De school zal de ouders onmiddellijk contacteren bij elke problematische afwezigheid en deze afwezigheid melden aan het CLB. School en CLB zullen in communicatie met de betrokken ouders een begeleidingsplan opstellen voor de betrokken ouders en hun kinderen.

Van zodra het kind meer dan 10 halve dagen problematisch afwezig is stelt de school samen met het CLB een begeleidingsdossier op dat ter inzage is van de verificateur.

 

Art. 4 Studiebegeleiding.

§1. Huistaken en lessen

Huistaken en lessen kunnen elke schooldag gegeven worden.
De leerlingen zijn verplicht de huistaken te maken en de lessen in te studeren.
De leerkracht heeft de bevoegdheid dit te controleren en eventueel te sanctioneren.

§2. Schoolagenda

De schoolagenda is een hulpmiddel om contact te houden met de ouders en om de studie te plannen.
Vanaf het tweede leerjaar hebben de leerlingen een schoolagenda, die elke week door één van de ouders wordt ondertekend.
De controle gebeurt door de klastitularis.

§3. Rapporten

De school organiseert op geregelde tijdstippen schriftelijke en soms mondelinge toetsen.
De planning wordt tijdig meegedeeld.
De resultaten van de toetsen, de synthese van de evaluatiegegevens en de vorderingen van de leerlingen worden op regelmatige tijdstippen schriftelijk aan de ouders gerapporteerd.
Eén van de ouders wordt verzocht het rapport te ondertekenen.

§4. Oudercontacten

Op geregelde tijdstippen is er een oudercontact om de vorderingen en de evolutie van de kinderen te bespreken.

§5. Doorstroming

De directeur van de school bepaalt autonoom hoe de kinderen in leerlingengroepen worden ingedeeld.

§6. Zittenblijven

Over het zittenblijven van een leerling wordt advies verstrekt door de klassenraad, d.i. de directie samen met de leerkrachten van de betrokken leerlingengroep, en door het CLB (Centrum voor leerbegeleiding).
Na kennisneming van en toelichting bij deze adviezen, nemen de ouders daaromtrent een beslissing.

§7. CLB-begeleiding

De centra voor leerlingenbegeleiding (CLB) begeleiden de leerlingen vanaf de instap in de kleuterschool tot het verlaten van het secundair onderwijs.
Als de leerling van school verandert, kan dit ook een verandering van CLB meebrengen. In dit geval wordt het CLB-dossier overgemaakt aan het volgende CLB.
Dit is de normale gang van zaken en logisch om de continuïteit van de begeleiding te garanderen.
Indien ouders daartegen verzet willen aantekenen, dienen zij dit te doen bij de directie van het vorige CLB. Dit moet schriftelijk gebeuren en binnen de dertig dagen na kennisname.
Gegevens op het gebied van preventieve gezondheidszorg en de leerplicht worden echter altijd overgedragen; dat is wettelijk verplicht.
Indien men het belangrijk vindt dat het dossier zo snel mogelijk wordt doorgegeven, kunnen de ouders dit schriftelijk meedelen aan de directeur van het vorige CLB. Zo hoeft er geen dertig dagen gewacht te worden.

 

Art. 5 Bewegingsopvoeding en sport.

Alle leerlingen van het basisonderwijs zijn verplicht de voorgeschreven kledij te dragen. Indien een leerling niet kan deelnemen aan gymles of de zwembeurt wordt dit schriftelijk gemeld (medisch attest) door de ouders aan de leerkracht en/of directeur.

 

Art. 6 Kledij en omgangsvormen.

§1. Alle kinderen komen verzorgd naar school.
Richtlijnen i.v.m. kledij worden, waar nodig, gegeven in de infobrochure van de school.

§2. Tegenover personeel en medeleerlingen gedragen de kinderen zich steeds beleefd, vriendelijk en correct. Zij tonen zich beschaafd in hun spreken.
Ook buiten de school wordt van de kinderen hetzelfde gedrag verwacht.

 

Art. 7 Verzekering tegen ongevallen.

De school is verzekerd tegen persoonlijke ongevallen met lichamelijk letsel.
De schoolverzekering komt niet tussen voor materiële schade die de kinderen aan derden toebrengen.

 

Art. 8 Onderwijs aan huis.

§1. Een leerplichtig kind uit het lager onderwijs heeft recht op tijdelijk onderwijs aan huis met een maximum van 2 lesuren per week indien volgende voorwaarden gelijktijdig vervuld zijn:
- De leerling is meer dan eenentwintig (21) opeenvolgende kalenderdagen afwezig wegens
ziekte of ongeval.
- De ouders hebben een schriftelijke aanvraag ingediend bij de directeur.
De aanvraag is vergezeld van een medisch attest waaruit blijkt dat het kind de school niet kan bezoeken en dat het toch onderwijs mag volgen.
- De afstand tussen de school (vestigingsplaats) en de verblijfplaats van de betrokken leerling bedraagt maximum tien kilometer.

§2. Het onderwijs aan huis is kosteloos.

§3. De organisatie wordt bepaald na overleg met de directeur.

 

Art. 9 Getuigschriften basisonderwijs.

§1. Het schoolbestuur kan op voordracht en na beslissing van de klassenraad een getuigschrift basisonderwijs uitreiken aan de regelmatige leerling uit het gewoon lager onderwijs.

§2. De klassenraad oordeelt autonoom of een regelmatige leerling in voldoende mate de leerdoelen die in het leerplan zijn opgenomen heeft bereikt om een getuigschrift basisonderwijs te bekomen.
In geval van – ook gewettigde – afwezigheid bij de toetsen, bepaalt de directeur hoe de leerling deze alsnog zal afleggen.

§3. Indien het getuigschrift basisonderwijs niet wordt toegekend kunnen de ouders zich binnen de zeven kalenderdagen schriftelijk tot de directeur wenden.
De klassenraad wordt binnen de drie dagen opnieuw bijeengeroepen.
Voorafgaand aan deze klassenraad kunnen de ouders tot een gesprek uitgenodigd worden.
De betwiste beslissing wordt in de klassenraad opnieuw overwogen.
De ouders worden schriftelijk verwittigd van het resultaat van deze bijeenkomst.

Als de betwisting blijft bestaan kunnen de ouders aangetekend beroep instellen bij de voorzitter van het schoolbestuur binnen een termijn van zeven kalenderdagen na ontvangst. Het schoolbestuur beslist of de klassenraad opnieuw wordt samengeroepen. De ouders worden via aangetekend schrijven op de hoogte gebracht van de beslissing van het schoolbestuur.

§4. Iedere leerling die bij het voltooien van het lager onderwijs geen getuigschrift basisonderwijs krijgt, heeft recht op een verklaring met de vermelding van het aantal en de soort van gevolgde leerjaren lager onderwijs afgeleverd door de directeur.

 

Art. 10 Orde- en tuchtmaatregelen.

I. Ordemaatregelen

§1. Wanneer een leerling de goede werking van de school hindert of het lesverloop stoort, kan er een ordemaatregel worden genomen.

§2. Mogelijk ordemaatregelen zijn:

- een verwittiging
- een extra taak die door de ouders wordt ondertekend
- een opmerking in de schoolagenda, die wordt ondertekend door de ouders
- een tijdelijke verwijdering uit de les gevolgd door aanmelding bij de directie

Deze ordemaatregelen kunnen genomen worden door elk personeelslid van de school in samenspraak met de directie.

I. Tuchtmaatregelen

§1. Wanneer het gedrag van de leerling werkelijk een probleem betekent voor het verstrekken van het onderwijs en/of het opvoedingsproject van de school in het gedrang brengt, kan er een tuchtmaatregel genomen worden.

§2. Mogelijke tuchtmaatregelen zijn:

- een schorsing : dit houdt in dat de gesanctioneerde leerling gedurende een bepaalde periode de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet mag volgen, maar betekent niet dat de betrokkene niet op school aanwezig moet zijn.
- Een uitsluiting : dit houdt in dat de gesanctioneerde leerling definitief uit de school verwijderd wordt. Deze maatregel wordt van kracht op het moment dat de leerling in een andere school is ingeschreven. De inschrijving in de andere school moet gebeuren uiterlijk één maand, vakantieperiode niet inbegrepen, na de schriftelijke kennisgeving van de uitsluiting.
In afwachting daarvan bevindt de betrokken leerling zich in dezelfde toestand als een geschorste leerling.

§3. Wanneer overwogen wordt een tuchtmaatregel te nemen, met name een schorsing van meer dan één dag of een uitsluiting, draagt het schoolbestuur aan de directeur op een voorafgaand gesprek te voeren met de betrokken leerling en de ouders.

§4. Bij de opening van de tuchtprocedure wint het schoolbestuur het advies in van de klassenraad.
De leerling wordt, in aanwezigheid van de ouders en eventueel bijgestaan door een raadsman, voorafgaandelijk aan de beslissing, door het schoolbestuur gehoord over de vastgestelde feiten.
Voormelde personen worden hiertoe vijf werkdagen vooraf per aangetekende brief uitgenodigd.
De ouders hebben inzage in het tuchtdossier van de leerling.
De door het schoolbestuur genomen beslissing wordt schriftelijk gemotiveerd en schriftelijk ter kennis gebracht aan de ouders van de betrokken leerling binnen een termijn van 5 werkdagen.

II. Mogelijkheid tot beroep

§1. Tegen tuchtmaatregelen is geen beroep mogelijk, behalve tegen uitsluiting.

§2. In dit geval kunnen de ouders, uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst van de beslissing tot uitsluiting, beroep indienen bij de voorzitter van de bevoegde beroepscommissie, te weten

DKO
Beroepscommissie basisonderwijs
Otto Veniusstraat 22
2000 Antwerpen

Het beroep schort de uitvoering van de eerder genomen tuchtbeslissing niet op.

§3. De leerling wordt samen met zijn ouders per brief opgeroepen om te verschijnen voor deze beroepscommissie, die uiterlijk vijf dagen na ontvangst van het beroep samenkomt.
De ouders hebben inzage in het dossier.

§4. De beroepscommissie brengt de ouders binnen de vijf werkdagen op de hoogte van haar gemotiveerde beslissing.
Deze beslissing is bindend voor alle partijen.

IV Tuchtdossier. Onverenigbaarheid.

§1. Het tuchtdossier van een leerling wordt bijgehouden door de directeur.

§2. Buitenstaanders mogen het tuchtdossier niet inzien, behalve mits schriftelijke toestemming van de ouders.

§3. Een personeelslid van de school kan niet optreden als vertrouwenspersoon.

 

Art. 11 Bijdrageregeling.

§1. Kosteloosheid:

Er wordt en er kan geen inschrijvingsgeld gevraagd worden. Zelfs niet op indirecte wijze door een waarborg of een terugbetaalde bijdrage op het eind van het schooljaar.

Activiteiten of schoolbenodigdheden die noodzakelijk zijn voor het nastreven van ontwikkelingsdoelen en eindtermen, zoals leerboeken, didactisch materiaal, … zijn kosteloos.

Activiteiten die gratis zijn of dankzij een gift verkregen worden, zullen niet aangerekend worden.

§2. Voor welke aangelegenheden mag er wel een bijdrage gevraagd worden ?

- Voor activiteiten of benodigdheden die het nastreven van een ontwikkelingsdoel of het bereiken van een eindterm verlevendigen of aanschouwelijker maken. Hierin passen ook meerdaagse uitstappen zoals bos-, zee- en boerderijklassen. De bijdragen van meerdaagse uitstappen worden om sociale redenen steeds met een spaarsysteem aangeboden.
- Voor maaltijden en versnaperingen bij een uitstap en de kosten voor een verplaatsing mag een bijdrage gevraagd worden.
- Voor voorbewaking, nabewaking en middagrefter wordt een remgeld gevraagd binnen de regeling van de naschoolse kinderopvang De Woonboot.

De bijdragen overschrijden in regel de kosten niet. 

De school werkt met schoolrekeningen via bankoverschrijving. Er kan steeds in overleg en met waarborg tot discretie, een andere flexibele betaalafspraak met de directeur gemaakt worden voor financieel zwakkere ouders.

In overleg met LOC en schoolraad worden jaarlijks afspraken i.v.m. de bijdrageregeling voor de kleuterschool en de lagere school gemaakt.

Volgende richtprijzen werden afgesproken:

Voor het schooljaar 2016-2017 vind je de richtprijzen hier.

 

Art 12 : Reclame- en sponsorbeleid.

Er is sprake van sponsoring als de school van een persoon, bedrijf of organisatie geld, diensten of goederen ontvangt voor een tegenprestatie.
Als er geen tegenprestatie van de school wordt verwacht, spreekt men van een gift of schenking.

De school neemt niet deel aan reclame- en sponsoractiviteiten.
Giften kunnen indien ze verenigbaar zijn met het opvoedingsproject van de school.